Adresgegevens

Luchthavenweg 99
5657 EA Eindhoven
T +31 (0) 40 235 34 30
E info@rubicon.nu

   Twitter LinkdIn

Afgezonderd Particulier Vermogen (APV)

[Publicatie november 2009]
Afgezonderd Particulier Vermogen (APV)


Met ingang van 1 januari 2010 worden in de Wet Inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet maatregelen opgenomen om het ontgaan van belastingheffing, doorgebruikmaking van doelvermogens, te bestrijden (zoals bijvoorbeeld stichtingen en trusts). Vaak wordt dat vermogen en de inkomsten daaruit nergens belast. Er is sprake van "zwevend vermogen".

De wetgever heeft met ingang van 2010 het begrip "Afgezonderd Particulier Vermogen" (hierna: APV) geÔntroduceerd. De definitie van een APV is: een afgezonderd vermogen, waarmee meer dan bijkomstig een particulier belang wordt beoogd, tenzij tegenover de afzondering van dat vermogen bijvoorbeeld aandeelbewijzen worden uitgereikt. Het begrip "particulier belang" moet ruim worden geÔnterpreteerd. Het gaat daarbij in het algemeen om het familiebelang. Vermogen afzonderen betekent dat iemand vermogen overdraagt aan bijvoorbeeld een stichting, zonder dat daar een adequate tegenprestatie tegenover staat.Iemand richt bijvoorbeeld een studiefonds op om familieleden op kosten van dat fonds te laten studeren. Een ander voorbeeld is dat iemand in zijn testament bepaalt dat een deel van zijn of haar vermogen is bestemdom financiële ondersteuning te verlenen aan familieleden. Een goede doelen-instelling valt niet onder deze regeling, omdat deze het algemeen belang behartigt en niet het particulier belang (ANBI)*.

Een APV wordt fiscaal transparant behandeld. Met andere woorden: de belastingdienst kijkt er "doorheen". Het afzonderen van vermogen wordt niet aangemerkt als een belastbaar feit. Het vermogen van een APV wordt tijdens het leven van degene die de APV heeft ingesteld, aan hem of haar toegerekend. De inbrenger wordt dus geacht om gedurende zijn leven te blijven beschikken over het vermogen in de APV. Afhankelijk van de aard van de vermogensbestanddelen van het APV, kan dit worden belast in box 1, 2 of 3.

N· het overlijden van de insteller wordt het vermogen geacht tot de nalatenschap van de inbrenger te behoren. Het gevolg van dit uitgangspunt is dat het doelvermogen wordt toegerekend aan de erfgenamen en zij daarvoor worden belast met successierechten. Voor de onderlinge toerekening aan de erfgenamen, worden de regels van het wettelijk erfrecht gevolgd danwel het testament. Indien een erfgenaam geen recht heeft op gelden uit de APV, dan moet deze erfgenaam dat bewijzen. Als dat niet lukt, dan rekent de fiscus het vermogen toch toe aan de erfgenaam (in dezelfde verhouding als men recht heeft op de nalatenschap). Het is denkbaar dat een erfgenaam geen afdwingbaar recht heeft op uitkeringen (bijvoorbeeld omdat deze niet voldoet aan bepaalde voorwaarden), maar dat het vermogen van de APV toch aan hem wordt toegerekend omdat niet uit te sluiten valt dat hij bijvoorbeeld in de toekomst wél recht heeft op een uitkering.

Indien u meer wilt weten over de fiscale gevolgen van de nieuwe wetgeving inzake een Afgezonderd Particulier Vermogen, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

* Voor meer informatie over ANBI instellingen, zie onze artikelen 'Wetswijziging voor Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI)' van mei 2009 en 'ANBI regeling' van september 2007